GESCHIEDENIS
(1984 - 2003)


Negentien jaar. Negentien jaar, mensen, bestaat Hartezorg. Hoe vlug gaat de tijd! Op 20 maart 1984 staken ze met vier de koppen bij elkaar en besloten om een groep op te richten van en voor mensen die elkaar zouden steunen om de lichamelijke en geestelijke gevolgen, verbonden aan het hartlijden, te bekampen. Het is inderdaad een niet te onderschatten belasting wanneer men getroffen wordt door een infarct of wanneer men het verdict te aanhoren krijgt dat een hartoperatie onvermijdelijk geworden is. Niet alleen voor de betrokkene zelf, maar ook voor de familie om hem of haar heen, wordt dit een periode van spanning en angst. Waar gaat men naartoe? En als men het er goed heeft vanaf gebracht, wat staat er ons verder te wachten? De weg van herstel en revalidatie wordt lastig en lang. Alle steun, van waar ook, kan men goed gebruiken. En van waar kan die steun beter komen dan van lotgenoten, die hetzelfde hebben meegemaakt en beter dan wie ook weten wat er in dat kopje omgaat.

Dat hadden ze goed begrepen: Jef Colpaert, die het initiatief nam, Gilbert Boucquet, Roland De Maesschalk en Marcel Westen die onmiddellijk bereid gevonden werden om mee te werken. Tijdens een revalidatiesessie staken ze de koppen bij elkaar. Eenmaal hun besluit genomen nodigden ze Jef Buysse, Octaaf Debbaut en Frans Vanderschueren uit op een avond bij Jef Colpaert thuis. En de trein was vertrokken. Dat hij negentien jaar zou lopen, daar dachten ze op dat moment wellicht niet aan.

Jef Buysse nam het roer in handen als voorzitter en hij bleef tot vandaag op de bres. Het eerste bestuur werd verder samengesteld uit René David als ondervoorzitter, Octaaf Debbaut als secretaris, Roland De Maesschalck als schatbewaarder en verder Gilbert Bouquet, Frans Vanderschueren en Marcel Westen als bestuursleden. De initiatiefnemer, Jef Colpaert, wilde geen bestuursfunctie op zich nemen. Roland bleef tot 3 maart 1991 lid van het bestuur en Marcel is nog altijd ondervoorzitter. Op 27 april 1984 waren er al 21 leden, op 1 september was dit cijfer gestegen tot 51 en in december telden we er al 69. Waar Roland vreesde dat er een aantal mensen ging afhaken waren we in tegendeel, minder dan een jaar later, al met 98 en vandaag is dit nog altijd een honderdtal, ere- en steunende leden niet meegerekend. Niet dat we wensen dat er veel mensen een hartinfarct zouden doormaken, maar we hebben het toch graag dat we met veel kinderen in ons huishouden samen rond het vuur zitten.

Maar terug naar de wieg. Op 16 oktober 1984 werden de statuten van onze "vzw" opgesteld, in samenwerking met notaris Gielen uit Edegem en op 21 november werden ze in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Hierbij werd de aanstelling van Jef Buysse en René David, als voorzitter respectievelijk ondervoorzitter, geconsa-creerd, Octaaf Debbaut en Frans Vanderschueren werden allebei secretaris, Roland De Maesschalck bleef schatbewaarder, Gilbert Bouquet en Marcel Westen werden beheerders.

Het aanstellen van twee secretarissen was in feite het gevolg van de tijdelijke onbeschikbaarheid van Octaaf, wegens een operatie, en een verdeling van de last over meerdere schouders lag in het verlengde van onze opdracht: solidariteit onder de leden. Onze ondervoorzitter, René David, zou aldus het ziekenbezoek voor zijn rekening nemen.

Vrij vlug zouden we wijlen Gilbert Bouquet voor altijd van ons afscheid zien nemen (1/11/1984). In september 1986 werd het allemaal een beetje te zwaar voor Octaaf Debbaut en in februari 1987 vond Frans Vanderschueren het eveneens welletjes. Dus kwam er een herschikking van het bestuur (zo 'n beetje zoals met de regeringen) en werd Roland De Maesschalck secretaris. Ook kwam er een nieuw gezicht in het bestuur: René Wollaert zou in de toekomst onze schatten bewaren. In december 1987 was het de beurt aan René David om het eens aan anderen over te laten. In het verslag van de bestuursvergaderingen verdween nu de vertrouwde formule "René I en René II". Tijdens de daaropvolgende statutaire vergadering van 24 januari 1988 werd een nieuw bestuur verkozen: voorzitter bleef Jef Buysse, ondervoorzitter werd Marcel Westen, Roland De Maesschalck en Rene Wollaert bleven op hun post en Romain Aelterman vulde het bestuur aan. Bijzondere medewerkers werden Lucien Godin en Gilbert Klemans.

Op 5 augustus 1989 zou Romain ons voor altijd verlaten. Tijdens de Algemene Vergadering van 29 januari 1989 werd zijn opvolger aangewezen, namelijk Maurice De Meester. Bij de volgende verkiezing, tijdens de Algemene Vergadering van 3 maart 1991, was Roland De Maesschalck geen kandidaat meer. Voor het eerst kwam er een vrouw in het bestuur en dat was Edith Eeckhout. Rene Wollaert bleef secretaris en Maurice De Meester ging onze penningen beheren. Edith, die een vrouwelijke toets bracht in de beslissingen van het bestuur, bleef niettegenstaande een pijnlijke ziekte, 6 jaren lang trouw op post en was nog aanwezig op de Algemene vergadering van 16 februari 1997, waarna ze ons op 9 april ontviel. Tony Braeckman werd haar vervanger, wat op 8 maart 1998 in de statutaire vergadering bevestigd werd. Tijdens de Algemene vergadering op 5 maart 2000 droeg Maurice De Meester zijn taak over aan Tony Braeckman en werd Jacoba Leroux lid van het bestuur. Op 15 maart 2001 overleed René Wollaert plotseling. Zijn taak als secretaris werd overgenomen door Jacoba Leroux. Tijdens de Algemene vergadering van 10 maart 2002 nam Maurice De Meester afscheid van het bestuur. In juni 2002 werd Eddy Hespeel voorlopig opgenomen in het bestuur.

Vanaf het begin werden enkele initiatieven vooropgesteld die tot op heden nog altijd de basis van onze werking uitmaken: de revalidatie, de wandelingen en de informatieavonden. Uit de wandelingen is ook de jaarlijkse daguitstap voortgekomen en de wandelzoektocht met het bezoek van Sinterklaas en later is daar nog de fietstocht aan toegevoegd. Vanaf 2000 werd het Sinterklaasfeest vervangen door een 'verrassingsnamiddag'. Vanaf september 2000 werd er maandelijks een woensdagnamiddag gewijd aan zwemmen in groep. Bindmiddel was en bleef onze nieuwsbrief die intussen is uitgegroeid tot een met vele foto's verluchte periodiek.

Hoeveel revalidatiesessies er in al die jaren zijn doorgegaan kan ik u niet tot op één na vertellen. In de beginne op maandag- en donderdagavond, zodat ook de nog beroepsactieve leden konden meedoen, later verschoven naar de namiddag, en gedurende een tweetal jaar ook op zaterdagvoormiddag. Het moeten er toch al minstens 1600 geweest zijn. Ze gingen door onder de leiding van ervaren kinesisten, eerst Jean-Marie Criem, later Frank Vlaeminck, bijgestaan door hun ploeg. Tussendoor zorgde Miet Monsieur voor enkele lessen over sofrologie, een soort relaxatie-therapie, die met praktische oefeningen werden aangevuld. Tijdens de revalidatie gaan de deelnemers eerst enkele opwarmoefeningen verrichten en daarna gedurende een uurtje aangepast turnen. Dit voor de maandag. Op donderdag wordt er vooral aan sport gedaan, zoals badminton, tafeltennis, krachtbal, enzovoort. Sedert de omvorming tot Sint-Lucaskliniek en de daaropvolgende werken uitgevoerd in de kliniek, beschikken we niet meer over het ruime lokaal dat ons tot dan toe ter beschikkig stond, maar alles wordt eraan gedaan om een ruimere locatie te vinden.

Iemand die bij de revalidatie niet weg te denken was, was onze, helaas intussen overleden Gabriel Pede, de man die meerdere keren de prijs behaalde van de meest aanwezige op deze oefeningen. Maar ook andere oud-gedienden zoals wijlen Gilbert Verhegge, Hubert Heirebrant, Roger Den Tijn zijn nog of waren regelmatig op het appel naast vele abonnees van jongere datum zoals Roger Vermeulen, Roger Reyniers (er zijn nog al wat Rogers in onze vereniging), Jozef Mercelis, Henriette De Backer, Lucien De Pauw, Roger Claeys, Jacqueline Poppe en nog zoveel andere vrienden, zoals de betreurde Edith Eeckhout en Edgard Cools. Wie hier zeker een speciale vermelding verdient is ons, intussen ook overleden Polleke Saelens, die tot zijn 83-ste regelmatig kwam oefenen.

Niemand kan nog ontkennen dat het regelmatig onderhouden van aangepast sporten een meer dan weldoende invloed heeft op de werking van onze hartspier en het is een aanrader voor ons allemaal. Er wordt ook wel wat afgelachen bij deze gelegenheden en ook dat is gezond. Men moet er wel voor zorgen dat men zijn eigen broek aantrekt of zijn hoed niet vergeet bij het naar huis gaan, of ge riskeert een griepje, nietwaar mijnheer de voorzitter?

Onze maandelijkse wandelingen vullen de revalidatie aan. Niets is gezonder dan eens flink stappen in Gods weidse natuur: door de velden, in de bossen, langs het water, tussen planten en bloemen, aangegaapt door koeien en schapen, kiekens, eenden en zwanen, paarden en ...mensen. De honderdste wandeling maakten we op 6 december 1993 te Sint-Niklaas en ook dat werd een speciaal gebeuren, maar intussen hebben we er al bijna 200 wandeltochten opzitten. We stappen telkens zo'n 5 à 6 km. en daarna gaan we iets profiteren in een aangenaam lokaal ter plaatse. Men kan zich afvragen of onze deelnemers nu gaan omwille van de heilzame invloed van het wandelen of voor de pannenkoek, de koffie, het biertje of 't plat waterke die ons wachten op het einde van de tocht. Of is het omwille van het babbeltje dat men kan slaan, voortschrijdend langs weg en pad, nu eens met de ene, dan met de andere. Gezellig is het wel in die met geroezemoes omsluierde bende. Eigenaardig genoeg, maar het mag veertien dagen aan een stuk regenen, wandelen doen we doorgaans in goed, zeker in droog weer. Er werd gezegd dat we dit danken aan de Heilige Gabriël - ge weet wel, onze Pede die er altijd bij was, tenzij de wereld op zijn kop stond - maar sedert de zondvloed van Mullem, is men hieraan gaan twijfelen. Daarna waren er die dachten dat ons Edith bovenaardse gaven bezat, want als zij er bij was, en gelukkiglijk was dat bijna iedere keer het geval, tenzij ze juist een of ander onderdeel aan de kliniek afstond, dus als zij erbij was dan hoefde men geen paraplu. En we zouden dat waarempel moeten geloven ook, want sedert die twee ons verlaten hebben durft het wel eens regenen tijdens de wandeling.

Opdat we al die wandelingen niet te vlug zouden vergeten wordt er sedert jaren een verslagje van gemaakt en veel foto's geschoten, die danig door de deelnemers gegeerd worden. Intussen hebben we zowat heel het arrondissement Gent, en stukken er buiten, afgedweild. Het is begonnen op 19 mei 1984 te Sint-Denijs-Westrem en sedertdien hebben we 83 (deel)gemeenten bezocht, sommige meermaals. We zijn gelukkig dat er op al die wandelingen geen enkel ongeval is overkomen aan een van de deelnemers. Hoewel niet altijd alles verliep zonder incidenten. Zo lazen we in een verslagje iets over een "slippertje" van Henriette, waarbij ze niet in de "puree" te-rechtkwam dank zij twee robuste figuren. Zonderling taaltje vind ik, of is het code-taal? Ook vond ik nog een " Verslag van de wandeling in Het Leen door Henriette op één been". Blijkbaar had ze (weeral Henriette) haar voetje verzwikt en volgde ze de wandeling van op een bankje, in gezelschap van onze betreurde charmeur-violist Achiel Leirens. Haar pannenkoek achteraf kon ze niet ontdekken op haar bord, bedekt als hij was onder een "laagje" ijs + room + fruit + advokaat". We kunnen het goed geloven, want we hebben haar nog bezig gezien. Van pannenkoeken gesproken, die kunnen we echt niet meer wegdenken bij onze wandelingen. Desnoods bakken we ze zelf, zoals die keer in Schellebelle, waar de kokkin niet was komen opdagen in ons "uitblaasoord".

Soms viel het al eens tegen en waren er maar 5-6 deelnemers, omwille van 't slecht weer, zoals te Bellem en te Evergem-Belzele; maar bij herneming bleken dit juist prachtige wandelingen te zijn, waarover eenieder uiterst tevreden was. De eerste jaren was er steeds een dokter mee en een "bezemwagen". Nu is er nog altijd de bezemwagen waar het verkeersreglement en/of de omstandigheden dit toelaten. Sedert een paar jaren komen nu ook regelmatig Hartevrienden naar de plaats van de wandeling waar ze soms op eigen houtje een korte voettocht maken om dan achteraf gezellig met de andere vrienden een paar uurtjes gezellig te babbelen.

De decemberwandeling is altijd iets speciaals. We maakten er een zoektocht van en, tot in 1999, een samenkomst met Sinterklaas, die de knapste speurneus een verdiende beloning schonk, zonder de andere deelnemers, zeker niet de kleintjes die meekwamen, te vergeten. Het werd telkens weer een gezellige boel. Ge moest die bende de straten zien afschuimen, op zoek naar de valkuilen die Jef en Marcel hadden gegraven. Onze Pede had ook daar zijn inbreng: alle jaren bracht hij kartonnekes mee en spelden, om het invullen van ons papieren te vergemakkelijken. Vijftien keer gingen we bij de Sint op koffietafel.

Nu wordt in december een 'ontspanningsnamiddag' georganiseerd. In 2000 deden we oude volksspelen, in 2001 waren er casinospelen met de invoering van de euro en in 2002 was er weer een zoektocht, langs ondermeer het begijnhof in de Lange Violettenstraat en de Sint-Baafsabdij, alsook een bezoek aan de Sint-Jorisgilde, waar we tevens onze koffietafel hielden.

Eens in het jaar vervingen we een wandeling door een dagtrip, waarop ook gewandeld wordt, maar waar we ook trachtten iets interessants te bezoeken, met tussendoor een gezellig middagmaal. Zo trokken we in 1985 naar Terneuzen met de boot 'Artevelde', en in 1986 naar de mosselboot van Boekhoute en verder naar Breskens. In 1987 ging het naar het Visserijmuseum te Oostduinkerke en vervolgens naar Nieuwpoort en De Panne voor de wandeling. Tussendoor deden we een boottocht in het Genste havengebied met een eetmaal op het schip. Voor sommigen was dat een gelegenheid om er eens van te profiteren en door hen werd er zodanig geschranst dat een verbaasde kelner uitriep: "Hartpatiënten? Kan wel zijn, maar maagklachten hebben ze zeker niet!" In 1988 ging de tocht naar Tervuren en Jezus-Eik. Onder leiding van een gids bezochten we het arboretum en na het eten kuierden we door het Museum van Midden-Afrika, beter gekend als het Kongo-Museum. In 1989 kregen we een geleid bezoek aan "Janssen Pharmaceutica" te Beerse. Onze verslaggever, Maurice De Meester, was waarschijnlijk een beetje kouwelijk die dag want hij had het over "een heerlijk overtrokken lucht, een frisse koelte zodat we ons konden verblijden in een niet oververhitte bus". Ook het aroma van zo'n pillenfabriek viel hem tegen, vooral in de afdeling waar op dieren getest werd. Zijn getuigenis: "We hadden een zeer vlot verloop van dit deel van de rondleiding - waarschijnlijk een beetje het gevolg van het heerlijke parfum dat ons edel reukorgaan mocht beroeren". Maar hij besloot dan toch met " weer of geen weer, we reden dan ook met een voldaan gevoel van een geslaagde dag naar huis". Het volgend jaar, 1990, trokken we naar het eiland Walcheren, waar we in Middelburg bij een parade van Oldtimers terecht kwamen en, na het eten, vielen we in het schilderachtige Veere pardoes in een folkloristisch feest waar onze fotograaf een mooie reeks foto's aan over hield. In 1991 doken we onze eigen geschiedenis in met een geleid bezoek aan Alden-Biezen en het domein van Bokrijk. Voor 1992 werd gekozen voor de natuur: een bezoek aan een ambachtelijke kaasmakerij in Beersel - tussendoor de imposante ruïnes van het kasteel aldaar bezocht - en dan gaan luisteren naar de uitleg van die originele spraakwaterval, de orchideeënkweker die, zoals Henriette in haar verslag schreef, de zeldzaamste tussen zijn vele orchideeën was. In de namiddag werd het een geleide wandeling door het prachtige park van Huizingen. En we gingen huistoe met een portie van het streekgerecht bij uitstek: de mandjeskaas. In 1993 werd het een geleid bezoek aan de abdij van Postel, een etentje in het rommelig allegaartje van alles en nog wat, kompleet met aquarium en papagaai, dat het restaurant "De Bospaddestoel" was, het bezoek aan de zwammenkwekerij en tenslotte de vrije wandeling in de bosrijke nabijheid van het Zilvermeer te Dessel-Mol. In 1994 konden we het Prinselijk Domein van Prins Karel in Raversijde bezoeken, we aten in 't vakantieverblijf 'Wielingen' en bezochten De Panne. In 1995 kwam Frans-Vlaanderen aan de beurt en konden we ons een breuk lachen met Annette, onze spirituele gids van de dag. De stad en de streek rond Lier was ons doel in 1996, met bezoek aan het begijnhof, het stadhuis en natuurlijk de Zimmertoren. In 1997 gingen we in Gaasbeek het bekende kasteel bezoeken en daarna de basiliek van de Zwarte Lievevrouw en het museum van Halle, om te eindigen met een tocht in het prachtige Hallerbos. De VRT en het Parlement waren doel van onze uitstap in 1998 en in 1999 kuierden we door het gekende vogelpark Paradisio. In 2000 bezochten we een weverij (familiebedrijf) in Otegem, waar we van profiteerden om mooie textielwaren te kopen en vielen we in Rijsel pardoes in een braderie die heel het centrum had ingenomen. We dineerden dan in een Colmarrestaurant, ondergebracht in een oude treinwagon, heerlijk was dat! We zouden dat trouwens herhalen in 2001, toen we Calais en Sint-Omer aandeden. Onvergetelijk was onze tocht in 2002, door Brussel centrum en de Marollen, onder leiding van de onovertrefbare gids, het Brussels ketje Bob.

Speciaal waren onze uitstappen naar Leuven en Mechelen waar we deelnamen aan een sportdag voor hartpatiënten, samen met andere verenigingen uit het Vlaamse land. In Mechelen hadden we er een bezoek aan het stadhuis en aan het paleis van Margareta van Oostenrijk aan toegevoegd. In Leuven kon men turnen met de Eerste Minister Martens of wandelen, afstand naar keuze. Onze wandelaars botsten op een gids die van kaart lezen geen kaas had gegeten en na kilometers stappen bleek het einde telkens weer maar een boogscheut ver meer te zijn. Maar al die boogscheuten samen vormden toch "nen langen end".

Ik geloof stellig dat al deze uitstappen een onvergetelijke indruk hebben nagelaten bij de deelnemers, en zeker hebben bijgedragen tot het versterken van de vriendschapsbanden. Gelukkig heeft onze vriend Gaston Provoost een en ander op de video gezet zodat we dat ook achteraf nog eens konden zien.

De daguitstappen brachten ons op de idee om er eens voor enkele dagen op uit te trekken en zo organiseren we sedert 1995 de zogenaamde "driedaagse", in feite gespreid over vier dagen. De eerste keer, dat was van 13 tot 16 juni 1995, trokken we naar Houffalize waar we verbleven in 'Ol Fosse d'Outh', maakten er mooie, niet altijd gemakkelijke wandelingen, in een schilderachtige omgeving, beleefden er aangename avonden met spel en dans en elke morgen waren we vroeg uit de veren voor onze ochtendgymnastiek. Met de bus bezochten we ook enkele plaatsen in het Groot-Hertogdom, zoals Clervaux en Vianden. In 1996 gingen we vanaf 23 juni naar De Panne waar we verbleven in de "Wielingen". Van daaruit trokken we met een treintje naar Veurne waar we het 'Bakkerijmuseum' bezochten en deden we mooie strandwandelingen, zelfs tot aan de Franse grens. We maakten er ook twee fietstochten en reden met strandwagentjes door de stad. In 1997 kwam 'Hengelhoef' in Houthalen-Helchteren aan de beurt. Ook hier maakten we mooie wandelingen, konden er plensen in het zwembad en genoten van een boottocht op de Maas naar het witte dorp Thorn. In 1998 verbleven we in Eurovillage-Ardennen, nabij Herbeumont. Onze uitstap ging naar de abdij van Avioth en deze van Orval. In 1999 trokken we weer naar De Panne, waar we opnieuw Veurne bezochten, naast fiets- en wandeltochten. Spa kwam aan de beurt in 2000 met een dagtocht naar de stuwdam van de Gileppe, naar Eupen en naar het Signaal van Botrange. De Panne kwam opnieuw aan de beurt in 2001 en daar werd voor het eerst een petanquekampioenschap ingericht. Ook Spa kreeg ons nog eens op bezoek en toen logeerden we in Sol Cress. We bezochten Spa-Monopol en de chocoladefrabriek Jacques, alsook het mooie stadje Monschau.

Tijdens de terugreis vergast onze Albert Huyge ons altijd op enkele aria's.

Sedert 1991 komen ook de fietsers aan hun trekken. We combineerden dit in den beginne met een treintochtje en huurden fietsen in het station. Maar men kan ook met de auto tot de plaats van vertrek komen en met de eigen fiets bollen. De eerste keer was het op een stralende Maria-Hemelvaart dat we 's namiddags een korte rit deden door de begoniastreek van De Pinte en Sint-Martens-Latem. Edithje Eeckhout had al in jaren geen stalen ros meer bestegen, het was dan ook geen wonder dat ze een "misval" had, zonder erg evenwel. Of was dat te wijten aan een plat waterken tijdens de rustpauze? Georgette, de duurbare eega van onze schatbewaarder, liep een ander ongevalletje op. Een vogelbombardement had haar als doelwit uitgekozen maar ze heeft nooit verteld of dat haar geluk heeft gebracht in de Lotto. Onze tweede tocht liep langs Deinze-Astene-Nazareth, ook tijdens een namiddag. Op vraag van velen hebben we er de derde keer een volle dagtrip van gemaakt in de Krekenstreek. De juiste afstand kon niemand ons zeggen, want de "kilometrieken" kwamen niet tot een akkoord. Maar iedereen had er tenvolle van genoten, zelfs Jacques Cantraine met zijn slappe tube. In 1995 reden we door het zoete Waasland, langs het mooi beboste Waasmunster. We kregen er warempel de volle aandacht van een kudde lama's. In 1996 werd een dubbele fietstocht ingelast tijdens ons meerdaags verblijf in De Panne. Tijdens ons meerdaags verblijf in Hengelhoef in 1997 maakten we een fietsuitstap in de omgeving. In 2000 ging het langs de Schelde en het Donkmeer te Overmere. De Maagd-van-Gentroute hebben we afgefietst in 2001. Er waren twee tochten in 2002. Eerst vanuit Merelbeke langs de Scheldestreek en dan, vanuit Nevele, de Nevelandroute.

Dit hoofdstukje kan ik niet afsluiten zonder de mensen te danken die voortdurend schone plekjes gaan verkennen en wandelingen en fietstochten voorbereiden. In den beginne deden heel wat leden hieraan mee en het is aangenaam te kunnen vaststellen dat met die goede gewoonte opnieuw werd aangeknoopt. Naast de bestuurs-leden waren het de laatste tijd vooral Martha Volckaert en Rachel Claeys langs vrouwelijke kant en Robert Bogaert, Valère Borgonjon, Gilbert Cayseele, Daniël De Maer-telaere, Albert De Munter, Lucien Pelst, Karel Verhoeven, Etienne Vermeulen en Fernand Wollaert, langs de mannelijke kant, die zich hiervoor inspanden.

Een ander bindmiddel bij uitstek is ongetwijfeld ons "groen boekje". In de beginperiode werd het contact met de leden gelegd met een soort van nieuwsbrief.

Vanaf januari 1986 kregen onze leden een maandblad, al gauw door de leden "het boekje" genoemd . Dit maandelijks ritme kon niet aangehouden worden daar onze redactieleden ook nog andere bezigheden hadden en er heel wat werk komt kijken bij het produceren van zo'n gewrocht. Intussen zijn we toch al meer dan 125 nummers ver. Het eerste jaar was dat het "rode boekje", niet dat van Mao, want we hadden geen culturele revolutie op het oog, wel dat van en voor onze leden. De verantwoordelijke uitgever was wijlen Frans Vanderschueren.

Teksten werden gemaakt of gezocht door de bestuursleden. Naast het nieuws over onze vereniging en haar initiatieven, vonden we er familienieuws en artikels over medische onderwerpen, een beetje humor en rubrieken over de tuin, planten en kruiden, en ook een keukenrubriek met allerlei recepten. Wat opviel was dat meerdere leden of hun echtgenoten hieraan meewerkten. Zo vinden we er losse artikeltjes terug van Denise Verhegge-Roeland, van Noëlle Slosse-Lagrou en van Iris Deleu-Aspeslag. Na halfweg 1988 vonden we die niet meer, en dat was spijtig. De laatste tijd is daar weer een kentering in gekomen en vonden we al teksten van Denise Van Renterghem, Roger Claeys, Roger Vermeulen en Marcel Westen. Misschien kunnen geinterresseerden in de toekomst er eens aan denken om ons hun pennevruchten te bezorgen. Nog andere leden zonden groetjes uit verre of dichtere streken, of vanop hun ziekbed. Het was duidelijk dan van in de beginne iedereen de vereniging als één grote familie beschouwde en er naar handelde.

In januari 1987 werd een redactieraad samengesteld met daarin Lucien Godin, die zorgde voor het typewerk, Gilbert Klemans, onze tekenaar, Roland De Maerschalck en Jef Buysse, de mannen die zorgden voor tekst.

Gilbert zorgde voor een merkbare verbetering van de lay-out van ons boekje. Naast mooi geschreven titels, verlucht met tekeningen bij de diverse artikels, verzorgde hij ook de eerste pagina en de middenpagina's met echt artistieke kalligrafie. Op die middenpagina's bracht hij maandenlang een reeks afbeeldingen van harten en hart-jes, telkens weer iets anders en altijd weer leerrijk.

Vanaf oktober 1990 zou Maurice De Meester het werk van Lucien Godin overnemen. In april 1991 kwam onze fotograaf, Edmond Piscador, de man van ons bestuurslid Edith, het redactieteam vervoegen. Nieuwe mensen , nieuwe ideeën, en in het novembernummer van 1991 werd voor de eerste maal een foto gepubliceerd. De kwaliteit was nog niet dit, maar deze zou na een paar nummers gevoelig verbeteren. Gilbert Klemans overleed in februari 1992, en zijn vervanging werd een probleem. Voor Edmond en Maurice werd het een zware opgave. Gelukkiglijk konden ze goed overweg met de computer en we mogen terecht zeggen dat ons boekje ook vandaag mag gezien worden. Een afwisselend gebruik van allerlei lettertypes en computertekeningen schept heel wat mogelijkheden voor een lay-out, aangenaam om bekijken. En vanaf maart 1992 werden de middenbladzijden voorbehouden voor een fotorubriek " Was U er ook bij?", later omgedoopt in 'Souvenirs'.

Een bijzonder plaatsje was steeds voorbehouden voor Henriette De Backer, die sedert het nummer van Maart 1988, pittige en kleurige stukjes schreef over de verschillende activiteiten van de groep. Ze had zo een eigen manier van de dingen te zeggen die aanslaat en ik durf er een pint op verwedden dat menige lezer bij ontvangst van ons boekje in de eerste plaats naar het werk van Henriette ging zoeken. Als ze al eens afwezig was sprongen wel een paar vrijwilligers in, zoals René Wollaert of Edmond Piscador. Want we beseffen maar al te wel dat dit soort verslagjes de brug legt naar de lezers die er niet bij konden zijn, naar degene die alleen maar kun-nen meeleven van ver, met wat reilt en zeilt in de vereniging. En onze typist van dienst kan ze ook nog, zij het ongewild, een humoristisch tintje geven. Bij een wandeling te Destelbergen-Heikruis bewonderden we het standbeeld van de briefdrager dat te zien is in een der hovingen aldaar. Voor onze typist werd dit het beeld van de "kakteur"....

Begin 2000 vond Henriette dat het welletjes geweest was en in haar plaats kwam Jacoba Leroux, die debuteerde in ons boekje van Maart 2000, met een verslagje over de februariwandeling. Maar af en toe zou Henriette nog wel eens inspringen. In Mei 2002 stopte Jacoba haar medewerking aan 't boekje en zouden Jef Buysse, Edmond Piscador en ook af en toe Henriette De Backer instaan voor de verslagen. Zij kregen ook wel eens hulp van Roger Claeys en zijn echtgenote Denise Van Renterghem en van Marcel Westen.

Naast teksten van de mensen van het redactieteam kregen we, zoals reeds aangehaald, ook artikels van medische aard, waarvoor vooral Dr.Claeys zorgde. Niet minder dan 12 bijdragen, gespreid over 20 nummers, waren van zijn hand. Ook Dr. Van Es pleegde 2 bijdragen, gespreid over 6 nummers. Verder was er nog een bijdrage van de kinesisten J.P Criem en M.Monsieur. Het redactiecomité speurt eveneens naar bruikbare teksten in wetenschappelijke tijdschriften.

Daarnaast verschijnen er tekstjes over allerlei wetenswaardigheden, niet alleen wat de tuin betreft, en pareltjes van uitspraken van allerhande "wijzen" op deze wereld. Nog een bijzonder hoekje is dat van de hersenrevalidatie. Allerlei vraagstukken worden er op onze lezers losgelaten, zoals diverse vormen van kruiswoordraadsels, reken- en denkwerk, kortom alles wat ons maar kan helpen om de grijze cellekens warm te houden (of is het koel ?). Dat er een prijs mee te verdienen valt, een lekkere fles wijn, is er graag bijgenomen. Maar toch zetten we al onze leden aan om hun computer af en toe eens te laten werken met ons "programma".

De eerste puzzle verscheen in het eerste nummer en er was slechts één deelnemer: onze al te vroeg overleden Ben Raes. Sedertdien waren er nog 122 andere winnaars, sommigen zelfs meermaals. Kampioen is ook hier weer Gabriël Pede die de eer weliswaar moet delen met Henriette De Backer, Raoul Slosse en Modest Van Oost. Ze wonnen elk 8 keer! Edgard Cools won 7 keer, Julia De Bruycker, Edith Eeckhout Gaston Van de Woestyne wonnen 4 keer, en drie maal ging de fles naar Robert Bogaert, Maurice De Meester, Jeanne Franki, Gaston Provoost, Marcel Vandenbossche en Jef Verstraeten. Eén van de mooiste opgaven vond ik in het boekje van November 1987, toen gevraagd werd om Vlaamse spreuken te bedenken bij de afbeelding van een oude Duitse gravure met allerlei afbeeldingen van een hart. Niet te verwonderen dat er drie winnaars werden uitverkoren. Prachtige pareltjes van teksten kwamen inderdaad van Henriette De Backer, Ben Raes en Denise Verhegge-Roeland. Ik heb de indruk dat in de eerste paar jaren de opgaven zeer zwaar waren. Maar nu heeft niemand nog een reden om het niet eens te proberen.

Onze derde pijler vormen de informatieavonden, af en toe wel eens omgevormd tot een ontspanningsavond. Tot februari 1989 gingen deze door in de 'Ritz', daarna in "De 3 Torekens" en tenslotte bij de firma ICI-Pharma, nu Astra-Zeneca. Vooral deze laatste willen we hierbij danken voor hun gastvrij onthaal. In de eerste plaats zijn deze avonden bedoeld om ons te informeren over alles wat rond ons hartje reilt en zeilt. Vandaar dat tijdens het leeuwenaandeel van de 55 samenkomsten iemand uit de wereld van de geneeskunde aan het woord kwam. In de eerste plaats waren dit de cardiologen uit onze eigen kliniek: R. Claeys, L.Versée, G.Hollanders. Maar ook dokters uit andere klinieken en/of van andere disciplines kwamen aan het woord: Boudrez, De Roose, Hermans, Heyndrickx, Hutse, Merckx, Missault, Van Belleghem, Van Ermen, Van Hees, Verstraeten en Weynants. Daarnaast kwam kinesist J.M. Criem spreken over lichaamsbeweging voor iedereen (hij en M. Monsieur gaven ook lessen en demonstraties over revalidatie en sofrologie in de kliniek, tijdens de revali-datiestonden). Ook de voeding kwam aan de beurt met spreekbeurten van de dames Maes, Van San, Vandenbroucke en Van Killegem. Met deze laatste werden we niet alleen wegwijs in alle mogelijke kruiden maar kregen tevens een echte "one-woman show" in de aard van een avondje Toon Hermans. En de praktijk kwam aan de beurt op 13 maart 1985 in het Hoger Rijksinstituut voor Paramedische beroepen, waar Mw. Kippene kookles gaf.

Bijzonder zijn de avonden met medewerking van het Rode-Kruis waar we leren reanimeren. We kunnen onze leden niet genoeg aanbevelen deze avonden bij te wonen, niet alleen om de nodige kennis op te doen, maar ook om die vaardigheid te onderhouden. Een of andere dag kan het leven van een nabestaande of vriend, of een onbekende voorbijganger in de straat, hiervan afhangen.

Ook practische dingen zijn soms het onderwerp van de avond zoals "Leven met een zieke" (E.H. J. Goedefroot), "Erfenisrecht" (Mv. Van Impe), " De Euro" (de heer De Smedt) en "Klare taal" waar Marcel Westen ons wegwijs maakte in het dokterslatijn. Ook werden al avonden besteed aan het afdraaien van filmpjes van leden of van videofilms van onze reporters Fernand Wollaert en Gaston Provoost. Kaarten en pietjesbak, of allerlei oude Vlaamse volksspelen vormden soms het onderwerp van een verrassingsavond.

En dan zijn er nog die feestelijke samenkomsten bij het begin van het nieuwe verenigingsjaar, onze algemene vergaderingen waar we onze statutaire en wettelijke verplichtingen naleven rond de feestdis. De eerste ging door op 26 januari 1985 in de Ritz, met een echte Gentse waterzooi. De achtentwintigste staat voor de deur en gaat door in "De Roskam". Tijdens zo'n bijeenkomst werd ook ons lijflied voorgesteld.

En vergeten we niet onze jaarlijkse "barbecue", die we in de beginjaren, met de medewerking van Hartevriend Karel Verhoeven, in zijn parochiehuis te Lovendegem konden inrichten, bij mooi weer zelfs in de tuinen van de pastorie. Vanaf 1995 ging dit samenzijn door in "De Roskam" en sedert 2001 in de eetzaal van Astra-Zeneca. Straks in augustus zal het ook voor de negentiende keer zijn dat we met onze groep kunnen gaan smullen in een sfeer van vriendschap en gezelligheid.

Want hier is het hem om te doen. We organiseren heel wat en het is graag meegenomen door de liefhebbers. Maar het is er in de eerste plaats om te doen mensen samen te krijgen die elkaar willen helpen en bijstaan. Het is hartversterkend te mogen horen en zien hoe wildvreemden samenkomen in onze groep en na een paar weken groeien er vriendschappen en gaat men elkaar ook ontmoeten buiten de activiteiten van onze vereniging. En staat men klaar om de andere te helpen over een moeilijke periode van ziekte of operatie, thuis of in de kliniek, heen te komen. We danken dan ook onze leden die de anderen niet vergeten, die tijd maken om een bezoekje te brengen dat niet georganiseerd is, maar recht uit het hart komt.

Het doet deugd te horen dat behoren tot Hartezorg geholpen heeft om moeilijke dagen te boven te komen, depressies te verjagen, weer geloof in en hoop voor de toekomst te brengen.

Wij hopen, duurbare Hartevrienden, dit nog veel jaren te mogen voortzetten.

door Edmond Piscador